Aan het eind van de oorlog waren in het gehele land 14.000 boerderijen geheel verwoest dan wel zwaar beschadigd; voorts meer dan 25.000 andere bedrijven, ruim 1.500 scholen, ruim 900 kerken, ruim 250 ziekenhuizen en 120.000 woningen, waarvan bijna 90.000 als onherstelbaar moesten worden beschouwd; lichtbeschadigd waren 390.000 woningen. Meer dan 900 verkeersbruggen, groot en klein, waren vernield, bijna alle door de Duitse Wehrmacht. Van de 50 belangrijkste verkeersbruggen waren er slechts negen gespaard gebleven. Bovendien waren in totaal meer dan 180 spoorbruggen vernield. Van de grote spoorbruggen waren er slechts drie niet vernield. (Bron: L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 10b  (Den Haag 1982) pag. 1442-1443.)