Tussen medio september 1944 en mei 1945 kwamen bij de gevechten in Nederland ongeveer 13.000 geallieerden om het leven. In dat totaalcijfer zijn ook de militairen opgenomen die bezweken aan ziektes en ongelukken welke direct samenhingen met de militaire operaties. Het bronnenmateriaal laat een nauwkeuriger schatting niet toe. Bovendien wordt de telling door een aantal factoren bemoeilijkt. Ten eerste valt bij de strijd in de grensstreken soms nauwelijks vast te stellen of een militair al of niet op Nederlands grondgebied sneuvelde. Ten tweede overleden verschillende soldaten in hospitalen over de grens aan verwondingen die ze in Nederland hadden opgelopen. De Britten verloren circa 6.700 man, de Canadezen circa 4.100 man, de Amerikanen 1.135 man en de Polen 630 man. Veertig Nederlandse militairen van de Irenebrigade en No. 2 (Dutch) Troop (een commando-eenheid) kwamen in Nederland om het leven, alsmede 102 leden van de Stoottroepen. De Fransen verloren 32 man, de Belgen 36. Op Walcheren vielen negen Noorse commando’s. De slachtofferstatistieken voor de Duitse Wehrmacht vertonen grote lacunes. Waarschijnlijk ligt het totaalcijfer voor de Duitse eenheden in ons land tussen de 15.000 en 20.000 gesneuvelden. Tijdens de bevrijding van Nederland verloren 23.000 burgers door oorlogshandelingen het leven. (Bron: Christ Klep, Ben Schoenmaker (red.), De bevrijding van Nederland 1944-1945; Oorlog op de flank (Den Haag 1995) pag. 325 en 340.)