Lopend onderzoek

Cultuurgeschiedenis van het Interbellum / Biografie Albert Verwey is een breed cultuur-historisch onderzoek naar het cultureel-mentale klimaat in Nederland in de periode tussen beide wereldogen aan de hand van het leven van dichter Albert Verwey (1865-1937). De nawerking van de Eerste Wereldoorlog in Nederland wordt nadrukkelijk in dit onderzoek betrokken.

Albert Verwey (1885), Schilderij Jan Pieter Veth

Onderzoeker: dr. Madelon de Keizer
Looptijd: 2013-2018
Beoogde publicatie: biografie

Meer informatie:

Albert Verwey (1865-1937) wordt algemeen beschouwd als één van de grootste Nederlandse dichters en literatoren van de twintigste eeuw. Al zeer jong kwam hij in aanraking met een groep jonge dichters en literatoren in Amsterdam. In 1885 trad hij toe tot de door hen opgerichte tijdschrift De Nieuwe Gids. Dit zou onder leiding van Willem Kloos uitgroeien tot spreekbuis van deze generatie, de Tachtigers.

Verwey emancipeerde zich in de jaren negentig van de beweging en richtte met Lodewijk van Deyssel een nieuw tijdschrift op. Van 1905-1919 was Verwey redacteur van zijn eigen blad, De Beweging, dat een leidende rol in het Nederlandse cultuurleven innam. Nadat het blad in 1919 was opgeheven, werkte Verwey als zelfstandig letterkundige en dichter voort, totdat hij eind 1924 werd benoemd tot hoogleraar Nederlandse letteren in Leiden. Ook vanaf toen bleef zijn invloed op de Nederlandse cultuur onverminderd. In de jaren dertig was hij als zodanig in brede kring gevierd.

In het onderzoek wordt er gekeken naar Verwey’s leven en zijn zoektocht naar een regeneratieve culturele eenheid in de jaren negentig van de negentiende eeuw. Iets wat men in het Europa in die jaren algemeen ziet worden. De behoefte naar eenheid kon verschillende vormen aannemen: van communisme tot fascisme. De Keizer gaat na hoe het specifieke wereldbeeld van Verwey vorm kreeg en hoe hij hiermee het hoofd meende te bieden aan de culturele crisis van negentig die door de Eerste Wereldoorlog versterkt werd.

In de jaren twintig wist Verwey zijn waardesysteem, dat overigens zeker niet statisch was, te handhaven in weerwil van de brede herschikking en de herijking van waarden die zo kenmerkend is voor de pluralistische jaren twintig. De publicatie van Leiding in 1930-1931 door Gerretson en Van Eyck dwong hem tot positiebepaling tegenover deze rechtse tak van het voor Verwey typerende liberale modernisme.

De brede positieve receptie van Verwey's poëtisch en kritisch werk in de jaren dertig laat zien dat dit liberale modernisme, dat samenhang van de individu binnen de samenleving poneert als zedelijk ideaal, nu door de Nederlandse samenleving in den brede werd beleefd als een positieve samenbindende kracht van oppositie tegen het geperverteerde waardesysteem van het nationaal-socialisme.