Het vierde Jaarboek Oorlogsdocumentatie '40-'45 bevat één artikel over een Nederlands onderwerp, één over Indonesië, één over een buitenlandse legatie m Nederland en één internationaal georiënteerd artikel. De artikelen worden gevolgd door de gebruikelijke vaste rubrieken.

De Amsterdamse historica Benien van Berkel heeft haar doctoraalscriptie over Tobie Goedewaagen bijgewerkt tot een artikel voor dit Jaarboek. Goedewaagen, 'een wat wereldvreemd filosoof', werd door Seyss-Inquart benoemd tot secretaris-generaal van het nieuw opgerichte Departement van Volksvoorlichting en Kunsten. De aandacht van de overheid voor de kunsten werd in de oorlog zichtbaar groter. Goedewaagen heeft daarbij een niet onaanzienlijke rol gespeeld. In 1948 voltooide hij in de gevangenis het manuscript Hoe ik nationaal-socialist werd en was. De schrijfster heeft deze niet zeer overtuigende 'boetedoening' met de nodige distantie voor haar artikel gebruikt.

Na de capitulatie van de Japanse troepen in Indonesië waren de ontberingen voor de Nederlanders die in de kampen verbleven nog niet voorbij. Vaak werden zij nog overgebracht naar Indonesische interneringskampen. Het pas opgerichte Indonesische leger nam in overleg met de Britse legerautoriteiten de taak op zich om én de Japanse troepen én de Nederlandse geïnterneerden uit de binnenlanden van Java en Madoera te repatriëren. Dit deden de Indonesiërs om internationaal goodwill te kweken, hetgeen zij noodzakelijk achtten om de jonge republiek Indonesië te doen erkennen. De cultureel-antropologe Mary C. van Delden, die bezig is met een promotieonderzoek over de ontwikkelingen aan Indonesische en Nederlandse kant in het eerste jaar na de Japanse capitulatie, heeft deze onbekende episode - Operatie POPDA - voor het Jaarboek indringend beschreven.

Uit alles blijkt dat de Nederlandse regering in ballingschap in Londen het eerste jaar van de bezetting geen flauw benul had van hetgeen zich in Nederland afspeelde. Naar nu blijkt heeft zij echter de mogelijkheid gehad in de Library of Congress in Washington illegale Nederlandse kranten in te zien. Het consulaat van de Verenigde Staten van Amerika in Nederland rapporteerde zeer uitgebreid over de gang van zaken alhier en stuurde veel materiaal mee, waaronder illegale kranten. De Amsterdamse historicus Willem Melching ging na wat er nog over deze luisterpost in oorlogstijd in de archieven aanwezig is. Als bijlage wordt het verslag afgedrukt van een gesprek dat de consul eind juni 1941 had met de ondergedoken voorzitter van de SDAP, Koos Vorrink. Professor Henry L. Mason uit New Orleans tenslotte heeft een artikel gewijd aan de bijzonder gecompliceerde materie van de mentale aspecten van de Holocaust en van massavernietiging door middel van bombardementen, in het bijzonder met atoombommen.

De medewerkers van het RVO hebben ook deze keer een deel van de vaste rubrieken verzorgd. Het foto-essay is ingeleid en geredigeerd door Veronica Hekking. Zij besteedt aandacht aan het foto-werk van de Groningse mevrouw C. Douma, die in oorlogstijd 'gewone' zaken fotografeerde en deze foto's systematisch, vaak voorzien van documenten, in fotoalbums bewaarde. Dick van Galen Last laat in zijn recensie-artikel de belangrijkste publicaties met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog de revue passeren. Elly Touwen-Bouwsma publiceert als vervolg van het in Jaarboek 3 verschenen overzicht van de RVO-collecties een actueel overzicht van de Indische collecties van het RVO die voor onderzoek beschikbaar zijn.

Een nieuwe rubriek is bedoeld om te informeren over de buitenlandse zusterinstellingen van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. De eerste bijdrage bespreekt het Institut für Zeitgeschichte in München. Weliswaar bestudeert dit instituut een bredere periode dan alleen de Tweede Wereldoorlog - toch kan dit belangrijke Duitse instituut met recht als een zusterinstituut worden gezien.

Een tweede nieuwe rubriek bevat een overzicht van door studenten op het instituut gedeponeerde scripties. Deze scripties zijn alle (mede) gebaseerd op literatuur- en archiefonderzoek dat op het instituut is verricht. De rubriek lopend onderzoek uit de voorafgaande Jaarboeken wordt in deze vorm voortgezet, omdat de redactie meent zo een actueler en vollediger overzicht te kunnen geven van de resultaten van het door niet-medewerkers op het RVO verrichte onderzoek. Deze rubriek is op verzoek van de redactie samengesteld door de heer R. Kruis, medewerker van de bibliotheek van het RVO.

Een bespreking van de stand van zaken in het instituut, door de directeur, dr. C.M. Schulten, completeert dit vierde Jaarboek.

De redactie 
- Benien van Berkel, Tobie Goedewagen, een leven als Faust
- Mary van Delden-Verhoeven, Operatie POPDA. De afvoer van het Japanse leger van Java en Madoera en de evacuatie van Nederlandse geïnterneerden uit de Indonesische interneringskampen 1946-1947
- Willem Melching, 'I have the honor to report'. De Amerikaanse consulaire rapportage uit Nederland 1940-1941
- Henry L. Mason, Clouded thresholds and ordinary men; aspects of mass killing in the period of the Second World War

Het foto-essay
- Veronica Hekking, Het dagelijks leven tijdens de oorlog. De oorlogsalbums van Cobie Douma

Het recensieartikel
- Dick van Galen Last  Literatuuroverzicht 1991-1992

Het archief
- Elly Touwen-Bouwsma, De Indische collectie van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie

De zusterinstituten
- Hellmuth Auerbach, Het Institut für Zeitgeschichte in München

Onderzoek
- Scripties en werkstukken 1990-1992

Stand van zaken
- C.M. Schulten, Het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie

 

Plaats van uitgave: 
Zutphen
Uitgever: 
Walburg Pers
Jaar van uitgave: 
1993