Louis de Jong is op 24 april 1914 in Amsterdam geboren. Na het gymnasium te hebben doorlopen studeerde hij van 1932 tot 1937 sociale geografie en geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1938 tot 1940 was hij buitenlandredacteur van het politiek linkse opinieweekblad De Groene Amsterdammer. In de meidagen van 1940 wisten hij en zijn vrouw naar Engeland te ontkomen. In London werd hij directeur van Radio Oranje, een radiozender die programma’s uitzond voor bezet Nederland. In oktober 1945 werd hij benoemd tot het hoofd van het reeds in mei 1945 opgerichte Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD), dat tot taak had historische documenten over Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog te verzamelen en toegankelijk te maken. Acht jaar later promoveerde hij cum laude op een proefschrift over de Duitse Vijfde Colonne in de Tweede Wereldoorlog, waarin hij aantoonde dat - in tegenstelling tot wat algemeen was verondersteld - geheime ondergrondse acties van de Duitsers geen grote rol hadden gespeeld in hun militaire overwinningen van 1939-1940. Deze studie werd in het Engels, Duits en Russisch vertaald. In 1963 werd De Jong lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen.

In 1955 kreeg De Jong van de minister van Onderwijs en Wetenschappen opdracht een wetenschappelijk werk te schrijven, dat een gedetailleerd beeld zou geven van de geschiedenis van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Men schatte dat de voltooiing van een dergelijk omvangrijk werk ongeveer zes jaar in beslag zou nemen. Geholpen en ondersteund door de medewerkers van het RIOD ging De Jong aan de slag. Pas in 1969 verscheen het eerste deel van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, getiteld Voorspel. Het prijkte maandenlang op de bestseller-lijst. De afronding van de reeks beloofde toen reeds een langdurige aangelegenheid te worden. De Jong produceerde gestaag deel na deel en in 1988, negentien jaar na de publikatie van het eerste deel en bijna tien jaar na zijn pensionering, verscheen tenslotte het twaalfde deel, Epiloog. Het werk zat er eindelijk op. Hoewel, er zou hierna nog een deeltje 13 met bijlagen en correcties en een - door J.Th.M. Bank en P. Romijn samengesteld - deel 14 met reacties verschijnen. Men kan met recht spreken van een mammoetwerk. De dertien delen van De Jong zijn uitgegeven in zevenentwintig banden en tellen bij elkaar bijna 15.000 bladzijden.  

De Jong wilde niet dat zijn werk alleen door historici gelezen zou worden en streefde er dan ook bewust naar een groot publiek te bereiken. Dat is hem gelukt. De delen van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog bereikten voor historische werken ongekend hoge oplagen en een brede lezerskring. De gemiddelde oplage van de delen bedroeg 75.000 exemplaren. Naar schatting 74.000 Nederlanders moeten de serie compleet in huis hebben. Het werk oogstte veel bewondering en werd met prijzen bekroond. Het succes was wellicht vooral ook te danken aan het onderwerp van de studie. De schokkende ervaringen van de Tweede Wereldoorlog hebben diepe sporen nagelaten in de collectieve herinnering van de Nederlandse bevolking. Er is geen periode in de Nederlandse geschiedenis die zoveel manicheïstisch aandoende controverses en affaires opgeroepen heeft - en nog steeds oproept - als de Duitse bezetting. ‘De oorlog’ is een moreel ijkpunt geworden, een bron waaruit maatschappelijk relevante lessen kunnen worden geput. Aan De Jongs oordelen - als auteur van Het Koninkrijk en als directeur van het RIOD - over de talrijke kwesties die rezen rond verzet en collaboratie werd een extra gewicht toegekend.
 

Dr. Loe de Jong overleed op 15 maart 2005. Hoewel er sinds het verschijnen van Het Koninkrijk veel nieuw onderzoek is verricht, geldt zijn werk nog steeds als belangrijk referentiepunt voor een ieder die zich bezighoudt met de Tweede Wereldoorlog in Nederland en Nederlands-Indië.

Lou de Jong