1 augustus 1944

Inwoners Warschau komen in opstand tegen Duitse bezetter

Het Poolse verzetsleger Armia Krajowa begon op 1 augustus 1944 de gewapende opstand in de stad Warschau tegen de Duitse bezetter. Het doel: bevrijding Warschau.

Duitse militairen tijdens de opstand in Warschau
Duitse militairen tijdens de opstand in Warschau

Sovjet-soldaten veroverden half juli 1944 stukken vooroorlogs Pools grondgebied van de Duitsers. Het was een kwestie van weken en het Rode Leger stond aan de poorten van Warschau. Het Poolse verzet en de Poolse regering in ballingschap in Londen vonden het belangrijk dat de Polen de stad eerst zelf zouden bevrijden voordat de Sovjet-Unie dat zou doen.

In totaal duurde de opstand 63 dagen en veroverde het verzet meerdere wijken. Toch bleef een Poolse overwinning uit. De Sovjets bereikten half september Warschau, maar stopten plots het offensief aan de oostoever van de rivier de Weichsel en boden geen steun aan Armia Krajowa. Ook de Westerse geallieerden, mede onder druk van de Sovjet-Unie, hielpen het verzet maar mondjesmaat door enkel een paar droppings met wapens uit te voeren.

De gevolgen van de opstand en het Poolse verlies waren voor de stad en de bevolking groot. Tussen 150.000 en 200.000 Polen kwamen om, mede door massaexecuties van de Nazi’s. Na de capitulatie van Armia Krajowa voerden de Nazi’s de bevolking van Warschau weg en maakten ze Warschau letterlijk met de grond gelijk.

Op 17 januari  1945 nam het Rode Leger vrij gemakkelijk de ontruimde stad in.